PROGRAMMA VAN HET TWEEDE LESJAAR: de Vaders vanaf de grote christologische concilies tot 1054
1. Wie is Jezus? De grote concilies over de persoon van Christus
zaterdag 22 september 2012
v. Dominique Verbeke (Orthodox vormingscentrum van de H. Johannes de Theoloog, Brussel)
Joris Van Ael (Leerhuis van de Kerkvaders, Gent)
‘Daarom belijden wij onze Heer Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, volmaakt God en volmaakt mens, bestaande uit een redelijke ziel en uit het vlees; voor alle eeuwen geboren uit de Vader naar zijn Godheid en in de laatste dagen, voor ons en omwille van ons heil, (geboren) uit de heilige Maagd Maria naar zijn mensheid, één in wezen met zijn Vader naar zijn Godheid en een in wezen met ons naar zijn mensheid; want het was een vereniging van twee naturen, en daarom belijden we één Christus, één Zoon, één Heer’. (Brief 39 van Cyrillus)
2. Een herder voor zijn kudde: de H. Augustinus, bisschop van Hippo
zaterdag 27 oktober 2012
p. Kris De Brabander (norbertijnenabdij, Tongerlo)
‘Ik weet niet of men de liefde prachtiger kan voorstellen dan met de woorden: ‘God is liefde’. Deze lof is kort, maar groots. Vlug gesproken, maar ontzaglijk van inhoud. Als je gaat tellen, is het in één adem uitgesproken; als je gaat peilen, wat een diepte. ‘God is liefde. En wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem’. God moet voor u een woning zijn en gij een woning voor God. Blijf in God en God zal in u blijven. God blijft in u om u in zich op te nemen. Gij blijft in God om niet in het niets te vallen. Daarom zegt Paulus van de liefde: ‘De liefde vergaat nooit’.’ (Augustinus, Eenheid en liefde. Preken over de eerste brief van Johannes)
3. Twee grote figuren uit het Oosten: Pseudo Dionysius de Areopagiet en de H. Maximus de Belijder
zaterdag 24 november 2012
Joris Van Ael
‘Als je bitterheid jegens iemand draagt, bid voor hem en je zult het groeien van de hartstocht verhinderen. Door het gebed zal je de droefheid scheiden van het onrecht dat je is aangedaan. Als je dan liefdevol en welwillend wordt zal je de hartstocht volkomen uit je ziel bannen. En als een broeder bitterheid voelt tegenover jou, doe hem goed, wees nederig, leef met hem in vrede, en je zal hem van, de hartstocht bevrijden’. (Maximus de Belijder, Cent.Char. III,90)
4. Benedictus en zijn navolgers. Het westerse monnikendom vóór de cisterciënzers
zaterdag 22 december 2012
zr. Hannah van Quakebeke (Priorij O.L.Vrouw van Bethanië, Loppem) en br. Johannes Lootens (St-Sixtusabdij, Westvleteren)
‘Zoals er een slechte ijver is – vrucht van verbittering – , die van God verwijdert en naar de hel
voert, zo is er ook een goede ijver, die van de ondeugd verwijdert en naar God voert en naar het
eeuwig leven. Op deze ijver nu moeten de monniken zich met de vurigste liefde toeleggen, dat wil zeggen: zij moeten wedijveren in respect voor elkaar, zij moeten elkanders zwakheden, lichamelijke zowel als morele, met het grootste geduld verdragen. Om strijd moeten zij elkaar gehoorzaamheid betonen, niemand zoeke wat hij voor zichzelf voordelig acht, maar veeleer wat goed is voor de ander. Op onbaatzuchtige wijze leggen zij zich toe op de broederliefde. In liefde vrezen zij God’. (Uit de regel van Benedictus, hoofdstuk 72)
5. Palestina en Sinaï . Het monnikendom in het oosten
zaterdag 26 januari 2013
Dieter Van Belle (CCV in het bisdom Gent), v. Dominique Verbeke en Joris Van Ael
‘Door de deemoed wordt men in staat gesteld opnieuw te beginnen en terug te keren tot zijn natuurlijke staat… Want zonder deemoed is het onmogelijk aan de geboden te gehoorzamen of ook maar iets goeds tot stand te brengen., zoals Abba Markos zegt: “Zonder een vermorzeld hart is het onmogelijk van ondeugd bevrijd te worden, volstrekt onmogelijk enige deugd te verwerven”.’ (Dorotheus van Gaza, Geestelijke werken 1,10)
6. De bijdrage van de Syrische kerken: Isaac van Ninive, Johannes van Dalyatha en Jozef Hazzaya, de Ziener
zaterdag 23 februari 2013
p. Benoît Standaert (St. Andriesabdij, Brugge)
‘Wat is het teken dat een mens de zuiverheid van hart heeft bereikt? Als hij alle mensen als goed ziet en geen enkel mens hem als onzuiver en bezoedeld voorkomt, dan is hij werkelijk zuiver in zijn hart. Hoe zou anders het woord van de Apostel vervuld worden dat zegt dat wij, met een oprecht hart, alle wezens op gelijke wijze hoger moeten achten dan onszelf?’ (Isaac de Syriër, Ascetische teksten, 85).
7. Kan men een beeld van Christus maken? Beelden en iconen omstreden.
zaterdag 23 maart 2013
Joris Van Ael
‘Eertijds is God nooit voorgesteld door een beeld, daar Hij zonder lichaam was en zonder vorm. Maar daar heden God gezien is in het lichaam, en daar Hij onder de mensen geleefd heeft, beeld ik het zichtbare in God uit: ik vereer niet de materie maar de schepper van de materie, die voor mij materie geworden is en die zich verwaardigd heeft in de materie te wonen en mijn heil te bewerken door de materie’. (Johannes van Damascus, Apologie van de iconen)
8. En na 1054? De doorwerking van de Kerkvadertijd in het Westen
zaterdag 27 april 2013
p. Rob Faesen (KU Leuven)
‘Toen ik op zekere dag met het handwerk bezig was en ik was gaan denken aan de oefenschool waar een geestelijk mens in leeft, kwam het in mij op dat er vier trappen zijn en wel: de lezing (lectio), de overweging (meditatio), het biddend gesprek met God (oratio) en de beschouwing (contemplatio). Zij vormen de ladder van het klooster, die wordt uitgezet van de aarde naar de hemel. Ze telt maar weinig sporten, maar heeft toch een lengte die niet te geloven en net zo min na te meten valt. Geplaatst op de aarde, steekt ze - eenmaal hoger gekomen - dwars door de wolken heen en speurt tot in het geheimste der hemelen.’ (Guigo de Karthuizer, Brief over het beschouwende leven)
9. Grote figuren in Byzantium na de grote concilies: de H. Symeon de Nieuwe Theoloog en de H. Gregorius Palamas
zaterdag 25 mei 2013
Joost Van Rossum (St. Serge, Parijs)
‘Ik zeg u dank, dat Gij voor mij een avondloos Licht zijt geworden en een Zon die niet onder gaat, Gij die u niet kunt verbergen en alles met uw heerlijkheid vervult. Nooit hebt Ge u voor iemand verborgen, maar wij verbergen ons altijd voor u: wij, die niet tot u willen komen. Want waar zou Ge u verbergen, Gij die nergens een plaats hebt om te rusten? En waarom zou Ge u verbergen, Gij die u nooit afwendt van wie dan ook, en die niemand terugwijst?’ (Symeon de Nieuwe Theoloog, Hymnen)
Gent, 09 235 78 65. Zie ook www.ccv.be/gent
Meer over het LEEFHUIS SINT JAN
